Beauvoorde - Veurne - Westhoek
|
|
Tafelrede door Wim Sohier n.a.v. de inhuldiging op zondag 10 juni 2001 Beste Van Wilderodevrienden, beste persoonlijke
vrienden Het is in Vlaanderen een publiek geheim - zeker als Jan D'Haese het vanop
de preekstoel uitbazuint - dat Anton van Wilderode zielsveel hield van zijn
bakermat, van zijn landelijk geboortedorp Moerbeke-Waas, waar zijn wortelstok
stevig in de poldergrond verankerd stak en Anton zijn eigen aarde ademde. Na
zijn lang leraarschap aan het Klein Seminarie van Sint-Niklaas keerde hij dan
ook maar al te graag naar dat Moerbeke terug, "zoals
de schoolknapen die haastig huiswaarts keren, de ransel rondzwaaiend naar alle
kanten". Een plaatselijk geheim is dat Van Wilderode ook naar de Westhoek, en meer
bepaald naar Beauvoorde graag terugkwam, zovele jaren na elkaar. Als academielid
naar de jaarlijkse zomerzitting in het park van het kasteel, en als spreker naar
het plaatselijke poëziefestival dat door 'zijn' aanwezigheid meer fijnproevers
lokte dan anders. Tot aan zijn voeten, op het podium. Dat hij ieder jaar die
verre, meerdaagse tocht ondernam, bewijst hoe trouw hij in dienst stond van het
woord en van zijn volk, maar ook dat hij graag kwam, dat hij zich stilaan diep
verbonden voelde met deze streek: vlak, landelijk en waterrijk als het
Moerbeekse. Geleidelijk voelde hij zich hier thuis. En van 1989 tot 1996 hád hij er ook een thuis. In Izenberge bood
pastoor, poëzie- en literatuurminnaar Frans Terrie Anton gulle gastvrijheid in
de mooie pastorie met haar stokrozen langs het pad, en een vlinderboom. Daar
vond hij het goed vertoeven.
"We
zitten later in de koele kamer (dichtte hij achteraf) ringsom
met boeken, als een boekerij.
De witte wijn ontkurkt, geur van
sigaren." Niet alleen 's avonds vond hij er zijn welbehagen "wanneer
de avondzon in gensters zieltoogde in de tien grote vensters". Na de
ochtendmis kon hij monkelend genieten van een praatje van dorpsherder Frans met
een of andere plaatselijke bewoner, maar meer nog van de conversatierijke, lang
uitdijende ontbijtsessies in de ruime pastoriekeuken. "Jammer dat dit allemaal voorbij is," zuchtte Frans Terrie
anderhalf jaar geleden, "en jammer vooral dat Anton vergeten dreigt te
raken". Voor dynamische Jos De Vriendt, die geregeld bij pastoor Terrie te gast
was, klonk dit té berustend. Dat spook van de vergetelheid wou hij verdrijven.
Hoe?, dat wist hij zelf niet. "Maar", zei hij," Beauvoorde moet
van Wilderode blíjvend in ere houden". Jos trok op verkenning, zocht steun voor zijn vage, ongeordende ideeën.
Ik luisterde, zei niet nee, niet ja, maar overlegde en zocht het noorden in zijn
bos van invallen en voorstellen. Onder impuls van Jos gingen we vorige zomer
toch al over tot een daad, een minidaadje. Enthousiast en heel bescheiden, maar
toch begeleid van fotografe Monique Mol en accordeonspeler Jozef Ameeuw brachten
we een op beukenhout gekalligrafeerd gedicht aan naast de voordeur van de
pastorie in Beauvoorde. Pastoor Frans Terrie slingerde ons geen kerkelijke
banbliksems naar het hoofd. Integendeel! Joviaal riep hij ons binnen, en weldra
werd witte wijn ontkurkt en geurden sigaren. "Mooi", zei Jos De Vriendt, "maar Anton van Wilderode
verdient meer. Die reus van onze letterkunde, die grote Vlaming moet 'publiek'
herdacht worden." En Jos sprak mensen aan, verzamelde ideeën, spuide
voorstellen, bepraatte mij met onverdroten missionarissenijver. Van de
wenselijkheid van een herdenking in Beauvoorde hoefde hij me niet te overtuigen,
wel van de uitvoerbaarheid van een publiek huldebetoon en de betaalbaarheid van
een bronzen beeld. "We hebben een grote, een heel grote mecenas nodig, " opperde
ik. "Heb ik al. In gedachten toch," zei Jos. "Het Vlaamse
volk, Antons vele, vele lezers. We vragen ze gewoon een bijdrage". Weer begon hij te argumenteren en te overtuigen. Ik vroeg bedenktijd en raadpleegde vrienden en bekenden. Bij iedereen,
nou ja, op één uitzondering na die de regel moest bevestigen, viel het
voorstel in goede aarde. Mijn vrienden-bestuursleden van de Vlaamse
Volksbeweging Veurne - Westkust - met secretaris Jan Ghyselen op kop - zegden me
direct alle steun toe. Ook Carlos Van Louwe, gewezen voorzitter van het
IJzerbedevaartcomité, had geen bedenktijd nodig. "Voor vriend van
Wilderode zet ik me hónderd procent in. Wie ga je vragen als spreker?" Vóór we vertrokken, had hij al - moeiteloos - twee eminente sprekers
"ja" doen zeggen. En we hoefden ook niet te palaveren bij van Wilderodevriend, dichter
Fernand Flori-zoone, noch bij kalligraaf pastoor Robrecht Gheeraert, noch bij
Davidsfonds nationaal en gewestelijk, en evenmin bij Marnixring Veurne Zannekin.
Ook de familie Coupé nam ons direct ernstig en steunde ons voluit. Organist Jan
Vermeire klom naar zijn orgel om zijn compositielust bot te vieren, en Mieke
draaide behulpzaam de partituren om. Stefaan Duron zette zich achter zijn
toetsenbord, redigeerde mooie artikelen voor zijn Beauvoordse Dorpsgazette en
dropte Anton in zijn website. Walter Winnock en toegewijde sous-chef Sabine
namen het ontwerp en de uitvoering van de mooie kunstmap op zich. "Geef mij
maar 't ceremoniële gedeelte" zei vlotte Jozef Ameeuw. "Voor
technische bijstand en kleurige kerkdecoratie kun je op ons rekenen,"
beloofde het echtpaar Monique Mol - Luc Moermans. En Marc Bollengier? Die
moesten we waarachtig afremmen. Zijn financiële strooptochten begonnen weldra
Lernout en Hauspie-allures aan te nemen. Alle gekheid op een stokje. Wat als een waagstuk begon, is een
bingosucces geworden: - Anton kreeg de herdenking
en het beeld die hij verdient, - U, hier aan tafel, hebt ons financieel, moreel of organisatorisch
vooruit geholpen, - en Antons vele bewonderaars, die voelden zich met hun hart bij de hele
actie betrok-ken, hebben massaal gesteund en zijn Anton, in groten getale en uit
vele hoeken van het Vlaamse land, eer komen betonen. In naam van de drie andere voortrekkers, pastoor Frans Terrie, Jos De
Vriendt, mijn echtgenote Frida Maeyaert, en in eigen naam aan u, genodigden en
medewerkers van het eerste tot het laatste uur, erkentelijk dank zeggen, is me
geen plicht, maar een eer. Dank u, familie Coupé, voor de vriendelijke ontvangsten bij u thuis en
voor de vlotte samenwerking. Dank u, eregenodigden, voor uw financiële, morele of oratorische steun,
én voor uw vererende aanwezigheid. Dank u, vrienden-medewerkers van de Beauvoordse van Wilderodekring, voor
de har-telijke samenwerking en de onberekende, blijvende inzet. Mijnheer Terrie, Anton is niet vergeten. En wat de toekomst betreft,
geloof met mij in de prachtige haiku die Johanna Kruit speciaal voor ons
schreef: "Golven die komen nemen het water weer op van golven die gaan." Vrienden, heffen wij nu het glas op
Anton die zoveel voor ons en zijn volk betekent. |